Het energielabel van een beleggingspand is niet langer alleen een formaliteit bij de verkoop of verhuur. Financiers houden er in toenemende mate rekening mee bij de beoordeling van een financieringsaanvraag, omdat een laag energielabel invloed heeft op de toekomstige waardeontwikkeling van het pand, op de energielasten van de huurder en op de kans dat er op termijn verplicht verduurzaamd moet worden. Voor beleggers is het daarom verstandig om het energielabel niet los te zien van de financiering, maar als vast onderdeel van de investeringsafweging.
Voor beleggingspanden gelden op dit moment twee aparte regelingen, afhankelijk van het type object.
Voor kantoorgebouwen geldt sinds 1 januari 2023 een verplicht minimaal energielabel C, wat neerkomt op een energiegebruik van maximaal 225 kilowattuur per vierkante meter per jaar. Gemeenten en omgevingsdiensten handhaven hierop, en een kantoor zonder geldig energielabel C loopt het risico op een gebruiksverbod. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de gemeenten inmiddels daadwerkelijk waarschuwingen of dwangsommen heeft opgelegd bij kantoren die niet voldoen.
Voor huurwoningen ligt er een voorstel om eigenaren van woningen met energielabel E, F of G te verplichten uiterlijk 1 januari 2029 minimaal energielabel D te behalen. Dit voorstel is in juli 2026 als ontwerpbesluit naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd en moet nog de formele behandeling doorlopen, waaronder advies van de Raad van State. Het kabinet streeft ernaar de wijziging eind 2026 definitief te verwerken in de regelgeving. Voor bestaande huurcontracten geldt naar verwachting een overgangsregeling, zodat huidige huurders niet direct worden geraakt.
Verduurzaming vraagt vaak een investering vooraf, bijvoorbeeld in isolatie, zonnepanelen of een nieuwe installatie, wat de financieringsbehoefte voor een beleggingspand kan verhogen. Tegelijk kan een beter energielabel de huurinkomsten en de waarde van het pand ten goede komen, wat op termijn ook de DSCR en de loan to value van de financiering kan versterken. Bij de aankoop van een pand met een laag energielabel is het daarom verstandig om de verduurzamingskosten vooraf mee te nemen in de financieringsaanvraag, in plaats van dit als losse vervolgstap te zien.
Voor het verduurzamen van huurwoningen bestaat de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen, kortweg SVOH. Via deze regeling kan per woning tot 15.000 euro subsidie worden aangevraagd, met op dit moment nog ongeveer 113 miljoen euro beschikbaar. De regeling loopt tot 2030. Voor beleggers die een woning met een laag energielabel overwegen, kan deze subsidie een deel van de verduurzamingskosten dekken en zo de financieringsbehoefte verlagen.
Een taxateur weegt het energielabel steeds vaker expliciet mee bij het bepalen van de marktwaarde van een beleggingspand. Een pand met een laag energielabel kent doorgaans hogere toekomstige verduurzamingskosten, wat de getaxeerde waarde kan drukken ten opzichte van een vergelijkbaar pand met een beter label. Dit werkt direct door in de financiering, aangezien financiers voor de loan to value uitgaan van de getaxeerde waarde. Als u vooraf al met verduurzaming rekening houdt, voorkomt u dat de taxatiewaarde en daarmee de financieringsruimte lager uitvalt dan verwacht.
Een reguliere bank beoordeelt de combinatie van aankoop en verduurzaming vaak als twee aparte trajecten, met bijbehorende doorlooptijden en aanvullende voorwaarden. Bij financiering vanuit een netwerk van private investeerders kan dit soms in één keer worden meegenomen. Beleggingspanden financiering kijkt bijvoorbeeld ook naar de eindwaarde en de exitstrategie bij transformatie en renovatieprojecten, waardoor verduurzaming als onderdeel van het totale plan wordt beoordeeld in plaats van als losstaande aanvraag.
Wilt u weten wat verduurzaming betekent voor de financiering van uw beleggingspand? Een adviesgesprek geeft snel duidelijkheid.