De Nederlandse vastgoedmarkt biedt meer mogelijkheden dan alleen woningen, appartementen en bedrijfspanden. Een segment dat naar mijn mening nog regelmatig wordt onderschat, is de markt voor recreatiewoningen en vakantiehuizen. Recreatief vastgoed combineert namelijk twee interessante aspecten: vastgoedbezit en de mogelijkheid om inkomsten te genereren uit vakantieverhuur.
De omvang van de Nederlandse recreatiemarkt onderstreept die mogelijkheden. Volgens de CBS-cijfers over 2025 ontvingen Nederlandse logiesaccommodaties ongeveer 52,1 miljoen gasten en registreerden zij gezamenlijk ruim 146,5 miljoen overnachtingen. Huisjesterreinen ontvingen volgens eerder gepubliceerde CBS-cijfers ongeveer 11,4 miljoen gasten. Bovendien groeide het aantal buitenlandse gasten met circa 5% naar 22,3 miljoen. Deze cijfers hebben betrekking op de gehele logiessector, maar laten wel zien hoe omvangrijk de Nederlandse toeristische markt is.
Waar een vakantiehuis vroeger voornamelijk werd gekocht voor eigen gebruik, is recreatief vastgoed inmiddels ook uitgegroeid tot een professionele beleggingscategorie. Recreatiewoningen worden steeds vaker aangekocht met verhuur, cashflow en vermogensopbouw als doel. Sommige beleggers combineren dit met eigen gebruik.
Nederland beschikt over aantrekkelijke toeristische bestemmingen, van de Zeeuwse kust en de Waddeneilanden tot de Veluwe, Limburg en de waterrijke gebieden rondom de Nederlandse meren. Voor veel Nederlanders is een vakantie in eigen land een vertrouwde keuze. Daarnaast zorgt de belangstelling van buitenlandse bezoekers ervoor dat recreatiewoningen op populaire locaties een bredere doelgroep kunnen aanspreken.
Toch is niet iedere recreatiewoning automatisch een goede belegging. De locatie, kwaliteit van het vastgoed en verhuurmogelijkheden spelen een belangrijke rol. Een vakantievilla aan het water met vier slaapkamers en een eigen aanlegsteiger heeft bijvoorbeeld een heel ander verhuurprofiel dan een klein chalet op een minder toeristische locatie.
Een recreatiewoning moet daarom niet alleen een goed vastgoedobject zijn, maar vooral ook een aantrekkelijk vakantieverblijf waarvoor gasten bereid zijn te betalen.
Een belangrijk verschil met reguliere woningverhuur is de manier waarop de inkomsten ontstaan. Bij een traditionele verhuurde woning ontvangt u doorgaans maandelijks huur van één huurder. Een recreatiewoning kan gedurende het jaar aan tientallen verschillende gasten worden verhuurd.
De opbrengsten hangen onder andere af van de bezettingsgraad, de prijs per nacht, het seizoen, de locatie en de kwaliteit van de woning. Ook de voorzieningen, beoordelingen van gasten en de partij die de verhuur verzorgt, hebben invloed op het uiteindelijke resultaat.
Stel dat u een recreatiewoning koopt voor €400.000 en deze professioneel laat verhuren. De woning genereert jaarlijks €50.000 aan huuropbrengsten. Afgezet tegen de aankoopprijs komt dat neer op een bruto verhuurrendement van 12,5%.
Dat klinkt aantrekkelijk, maar van die opbrengsten moeten nog verschillende kosten worden betaald. Denk aan parkbijdragen, schoonmaak, beheer, boekingskosten, onderhoud, energie en verzekeringen.
Wanneer deze exploitatiekosten gezamenlijk €15.000 bedragen, blijft er €35.000 over, vóór financieringslasten, belastingen en eventuele overige kosten.
Dit is precies waarom ik bij recreatief vastgoed liever kijk naar de daadwerkelijke opbrengsten na aftrek van kosten dan uitsluitend naar een hoog bruto verhuurrendement. Uiteindelijk gaat het erom wat u daadwerkelijk overhoudt.
Een veelvoorkomend misverstand is dat recreatiewoningen nauwelijks financierbaar zijn. Er zijn wel degelijk financiers die recreatief vastgoed financieren, al kijken zij anders naar een recreatiewoning dan naar een reguliere koopwoning.
Bij recreatief vastgoed beoordelen financiers namelijk niet alleen het vastgoedobject, maar ook de exploitatie. De locatie, taxatiewaarde, verhuurmogelijkheden, verwachte huurinkomsten, bezettingsgraad en het beschikbare eigen vermogen spelen daarbij een belangrijke rol.
Een recreatiewoning die uitsluitend voor eigen gebruik wordt gekocht, wordt daardoor anders beoordeeld dan een vergelijkbare woning die professioneel wordt verhuurd en aantoonbare inkomsten genereert. In het tweede geval kan de cashflow helpen bij het onderbouwen van de financieringsaanvraag.
Hoeveel u kunt financieren, verschilt per situatie. Recreatief vastgoed wordt regelmatig voorzichtiger gefinancierd dan reguliere verhuurde woningen, onder andere vanwege seizoensafhankelijke inkomsten en verschillen in verkoopbaarheid. Toch hoeft een recreatiewoning niet volledig met eigen geld te worden aangekocht. Met een geschikt object en een goede financiële uitgangspositie kan een passende vastgoedfinanciering mogelijk zijn.
Een financieringsmogelijkheid die ik bijzonder interessant vind, is het benutten van overwaarde uit de eigen woning. Veel huiseigenaren hebben vermogen opgebouwd dat volledig in hun woning vastzit. In bepaalde situaties kan een gedeelte daarvan worden vrijgemaakt om te investeren in recreatief vastgoed.
Stel dat uw eigen woning €1.000.000 waard is en u nog een hypotheek van €400.000 heeft. Er is dan sprake van €600.000 bruto overwaarde.
U wilt vervolgens een recreatiewoning aankopen voor €450.000. Wanneer een gespecialiseerde financier bereid is om €300.000 op het recreatieobject te financieren, blijft er €150.000 aan eigen inbreng over, exclusief bijkomende kosten.
Als uw hypotheekverstrekker bereid is om verantwoord €175.000 extra op uw eigen woning te financieren, kan daarmee in theorie de benodigde eigen inbreng en een gedeelte van de bijkomende kosten worden betaald.
Op die manier gebruikt u bestaand vermogen om een tweede vastgoedobject aan te kopen dat mogelijk huurinkomsten genereert. Meer informatie hierover vindt u in ons artikel over financieren met overwaarde voor een beleggingspand.
Daarbij wil ik wel een belangrijke kanttekening plaatsen. Overwaarde is geen gratis geld. Zodra u deze opneemt door extra te lenen, verhoogt u uw totale schuldpositie en ontstaan er aanvullende financieringslasten. De recreatiewoning moet daarom voldoende inkomsten kunnen genereren en uw financiële positie moet sterk genoeg zijn om eventuele tegenvallers op te vangen.
Het gaat wat mij betreft niet om maximaal lenen, maar om bestaand vermogen op een verantwoorde manier te gebruiken.
Een aantrekkelijk verhuurrendement op papier betekent niet automatisch dat een recreatiewoning een goede investering is. Bij de aankoop moet u verder kijken dan de woning zelf en de verwachte huuropbrengsten.
Vooral de voorwaarden van het vakantiepark verdienen aandacht. Is er sprake van eigen grond of erfpacht? Welke parkbijdragen worden gerekend? Bent u verplicht om via één verhuurorganisatie te verhuren en welke commissie betaalt u daarvoor? Ook eventuele beperkingen bij eigen gebruik of verkoop kunnen financieel belangrijk zijn.
Daarnaast worden recreatiewoningen soms aangeboden met aantrekkelijke of zelfs gegarandeerde rendementen. Het is dan verstandig om te onderzoeken waarop deze zijn gebaseerd. Gaat het om daadwerkelijk gerealiseerde verhuurinkomsten of om een tijdelijke huurgarantie? Wat gebeurt er wanneer die garantie afloopt?
Wie eigen gebruik met verhuur wil combineren, moet bovendien rekening houden met mogelijke omzetderving. Wanneer u tijdens populaire vakantieperiodes zelf in de woning verblijft, mist u mogelijk juist de weken waarin de hoogste verhuurprijzen kunnen worden gerealiseerd.
Ook bij de financiering moet rekening worden gehouden met tegenvallers. Een slechter vakantieseizoen, onverwachte onderhoudskosten of langdurigere leegstand kunnen het uiteindelijke rendement beïnvloeden.
Op langere termijn ben ik positief over kwalitatief goed recreatief vastgoed. Nederland blijft een belangrijke toeristische bestemming en de groei van het buitenlandse toerisme biedt mogelijkheden voor recreatiewoningen op aantrekkelijke locaties.
Tegelijkertijd verwacht ik dat kwaliteit en comfort een steeds grotere rol gaan spelen. Vakantiegangers zoeken onder andere privacy, ruimte, natuur en comfortabele voorzieningen. Denk aan recreatiewoningen aan het water, langs de kust of in populaire natuurgebieden, eventueel met wellness, een sauna of een hoogwaardige inrichting.
Ik verwacht daarom dat de verschillen tussen recreatieobjecten steeds duidelijker worden. Een oudere woning op een matig onderhouden vakantiepark biedt nu eenmaal andere mogelijkheden dan een kwalitatieve vakantiewoning op een sterke locatie met professioneel beheer.
Voor bestaande vastgoedbeleggers kan recreatief vastgoed daarnaast interessant zijn als aanvulling op hun portefeuille. Een recreatiewoning voegt een andere inkomstenbron toe, met andere huurders en verhuurperiodes. Wie meerdere recreatiewoningen bezit, kan bovendien het beheer professionaliseren en de exploitatie efficiënter organiseren.
Of recreatief vastgoed beter privé of via een bv kan worden aangekocht, hangt af van de persoonlijke situatie, het gebruik, de financiering en de fiscale gevolgen. Dat vraagt om een afzonderlijke beoordeling.
De Nederlandse recreatiemarkt biedt naar mijn mening interessante mogelijkheden voor beleggers die verder kijken dan alleen de aankoopprijs en de bruto verhuuropbrengsten. Een goede locatie, aantoonbare verhuurvraag, professioneel beheer en een realistische exploitatie vormen daarbij een belangrijke basis.
Voor beleggers met overwaarde in hun eigen woning kan het daarnaast interessant zijn om te onderzoeken of een gedeelte van dat vermogen verantwoord kan worden ingezet voor de aankoop van recreatief vastgoed.
Bij Beleggingspanden-Financiering.nl kijken we naar het complete financiële plaatje. Van de aankoopprijs en de taxatiewaarde tot de verhuurinkomsten, eigen inbreng en totale financieringslasten. Met toegang tot een brede vastgoedfinancieringsmarkt onderzoeken we welke financieringsstructuur bij het object en de belegger past.
Disclaimer: dit artikel bevat algemene informatie en fictieve rekenvoorbeelden en vormt geen persoonlijk financieel, fiscaal of juridisch advies. Financiering op basis van overwaarde is onder andere afhankelijk van inkomen, betaalbaarheid, woningwaarde, bestaande schulden en acceptatiecriteria van financiers. Recreatief vastgoed kent risico’s, waaronder seizoensafhankelijkheid, exploitatiekosten, parkvoorwaarden, waardeschommelingen en wijzigingen in regelgeving. Historische bezoekersaantallen en verhuurresultaten bieden geen garantie voor toekomstige resultaten.
Heeft u een recreatiewoning op het oog of wilt u weten welke financieringsmogelijkheden er zijn? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.